| |
Tuin in beeld: februari
home
- Welriekende
Kamperfoelie, Lonicera frangrantissema.

Deze heester bloeit bijzonder vroeg, vaak al met enkele bloemen in januari.
Maar in februari zitten de uitlopers aan het jonge hout vol met deze
sierlijke witte bloemen. En wat ruiken ze lekker! Fragrans
betekent ‘ geurig, welriekend’ en de overtreffende trap:
fragrantissma is hier als soortnaam gebruikt – ‘zeer
geurig, sterk en aangenaam riekend’. En daarmee is niets teveel
gezegd. Krijg je eens de kans om je neus in zo’n bloem te steken:
doen!
- Oosters Nieskruid,
Helleborus orientalis..

Altijd een mooi gezicht, de roze/paarse bloemen van deze oosterse
vorm van de Kerstroos. En de bloemen blijven ook lang mooi – dat
ligt niet zozeer aan de temperatuur, die in februari natuurlijk niet
zo hoog is, maar aan het feit dat de roze ‘bloemblaadjes’
in werkelijkheid kelkblaadjes zijn. Kelkblaadjes lijken meer op gewone
blaadjes en zijn een stuk steviger dan gewone ‘bloemblaadjes’,
die in werkelijkheid kroonbladen heten. (In Botanisten-land dan natuurlijk.)
Heeft deze plant geen kroonblaadjes? O, jawel: als je goed in de bloem
kijkt zie je een heel gedrang van meeldraden, stamper en ook een soort
groenige, vochtige plasjes in een pijpje – dat zijn de honingbakjes
– door de evolutie omgebouwde kroonblaadjes. Een stevige bloem
dus, en goed gevuld: de eerste insecten wordt zo een goed onderdak geboden.
- Kleine Maagdenpalm,
Vinca minor.

In een wirwar van nietbloeiende, kruipende stengels richten zich de
korte, bloemdragende stengels op. Makkelijke tuinplant voor donkere
hoekjes, wintergroen, kortom een goed alternatief voor Klimop of Pachysandra.
Zo werd deze plant vaak aangeplant op de graven, speciaal die van jonge
meisjes. Kleine Maagdenpalm is inheems in Midden- en Zuid-Europa, maar
als makkelijk wortelende tuinplant is zij ook in noordelijker streken
ingevoerd – waarschijnlijk alleen in Zuid Limburgse bossen inheems.
Vrij zeldzaam dus en daarom beschermd. Iedere tuinier met deze plant
in de tuin is dan ook strafbaar: je maakt niemand wijs dat je nooit
eens een paar van die lange slierten, die overal kruipen en wortelschieten,
hebt uitgerukt. Gelukkig bestaat er geen tuinpolitie.
- Tonderkervel, Ferula
communis.

Afkomstig uit het Middellandse Zee gebied en al een aantal jaren stand
houdend in de Costerustuin. Misschien komt er zelfs ooit een bloemstengel
aan, en dat moet spectaculair zijn: anderhalve meter hoog! Tot nu toe
moeten we genoegen nemen met het mooie fijne blad dat in grote hoeveelheden
al vroeg in het jaar boven de grond komt.
Waarom heet een plant Tonderkervel?
Tonder of tondel is het ouderwetse woord voor een lichtontvlambare stof
die vroeger werd gebruikt om vuur te maken. Men slaat met een mes op
een vuursteen, waarbij een vonk ontstaat. De vuursteen ligt op of naast
de tonder, die door de vonk begint te smeulen. De vuursteen wordt weggehaald
en dan legt men een paar strootjes of takjes op de tonder en blaast
het smeulende hoopje tot een vuurtje. De stengels van deze plant zijn
gevuld met merg dat goed dienst kan doen als tonder, omdat het makkelijk
tot ontbranding te brengen is en goed doorsmeult.
Volgens de griekse mythologie werd het vuur van de goden gestolen en
naar de mensen gebracht door Prometheus, en wel in een stengel van de
Tonderkervel.
Het –kervel stukje van de naam slaat natuurlijk op het fijne,
geveerde blad, kernmerkend voor de Schermbloemige familie, waartoe ook
de Kervel behoort.
- Takkensilhouet
en detailopname van onze Ginkgo, Ginkgo biloba.

Nog voor het blad eraan zit, kun je goed zien dat deze boom een buitenbeentje
is. De kale boom lijkt wel op een Larix, die andere bladverliezende
naaldboom. Maar de knoppen van dichtbij lijken op geen andere plant
of boom, ze hebben meer iets reptielachtigs. Afkomstig uit China en
met een chinese naam: Ginkgo dat is afgeleid van yin kuo dat ‘zilveren
vrucht’ betekent. De Ginkgo is tweehuizig, dwz dat er mannelijke
en vrouwelijke bomen bestaan. De mannelijke bomen produceren stuifmeel
dat de vrouwelijke bomen bevrucht via de lucht (windbestuivers).
Onze boom is een vrouwelijke boom en produceert iedere herfst veel kleine
op gladde abrikozen lijkende ‘vruchten’, eigenlijk de zaden
met een pit. De vruchten hebben een ‘waas’ zoals pruimen.
Vandaar het ‘zilveren vrucht’ idee?
De gemeente Hilversum heeft een rijke collectie boomsoorten geplant,
waaronder een aantal mannelijke Ginkgo’s, die ons exemplaar bestuiven.
Over het algemeen worden aan de openbare weg geen vrouwelijke bomen
geplant: de vruchtjes worden snel tot een vieze, stinkende brei getrapt
of gereden.
- Amerikaans
Vergeet-me-nietje, Omphalodes verna.

Een plantje dat niet uit Amerika komt maar uit de oostelijke Alpen.
De bloemen hebben een wit hart i.t.t. gewone Vergeet-me-nietjes die
een geel hartje hebben. Het blad van deze twee planten is heel verschillend.
De groeiomstandigheden zijn gelijk: humusrijk en redelijk beschaduwd.
Omphalodes is de Latijnse transcriptie van het Griekse ‘omphalos’
dat navel betekent. Het slaat op de vorm van het zaad. (Toch eens nader
bekijken, later in het seizoen.) Verna betekent ‘tot
de lente behorend’ of ‘in de lente bloeiend’.
-
Hamamelidaceae Hamamelis mollis, Toverhazelaar

-
Amaryllidaceae Galanthus nivalus, Sneeuwklokje

-
Ranunculaceae Helleborus x Nigercors 'Silvermoon'

|
|
|